Herinneringen van een zoon.

Plaats: Nieuw Amsterdam
Datum: 28 april 2003
Tijdstip: 19:15 - 22:00 uur

Geinterviewde:

Gerrit Reins geboren 10 7 1926 te Coevorden.


Peinzend kijkt Gerrit voor zich uit, hij denkt na over de dramatische dag 21 februari 1944.
Het was niet koud, het vroor een beetje, het was droog en lichte wolkenflarden tekenden zich tegen de horizon af.

Gerrit was nu ruim twee weken aan het werk bij de Holtiesfabriek, eigenlijk alleen om een persoonsbewijs te bemachtigen.
Zonder persoonsbewijs was het moeilijk om over straat te lopen, je kon zo opgepakt worden om tewerkgesteld te kunnen worden in het land van de Duitse bezetter.
Zijn vader had een vaste baan bij de aardappelmeelfabriek, dus verzekerd van een persoonsbewijs.

De broers van Gerrit, Hendrik en Henderikus waren ondergedoken, ze waren niet van plan om door de bezetter tewerkgesteld te worden.


De Oosterstraat.


De Oosterstraat, hier woonde de familie Reins.

Ach, die Duitse soldaten vielen nogal mee, de meesten waren wat ouder en het was alsof ze zo van hun eigen boerderij geplukt waren om het Duitse volk te dienen.
Echt opzichter spelen in de fabriek deden ze niet, meestal waren ze aanwezig bij het lossen en laden van de vrachtwagens.
De chauffeurs waren NSB-ers uit andere regio's in Nederland.

De vrachtwagens werden met kozijnhout geladen, dat gevorderd was door de Duitsers bij het aanleggen van de Atlantikwall.
Het hout werd naar het filiaal van de houtgasgeneratorfabriek in Haarlem, de voormalige stroocartonfabriek Hollandia in Coevorden, getransporteerd.

Daar werd het via de hele grote deuren aan de voorzijde van de fabriek naar achteren gebracht, samen met kleine berkenstammetjes werden de stukken kozijnhout eerst gezaagd en later tot kleine houtjes gekapt.

Vaak zaten de mannen tegenover elkaar of naast elkaar in groepjes van 4 a 6 man te werken, het moreel was niet echt hoog. De meesten waren keuterboertjes of seizoensarbeiders, die een alternatief zochten om maar niet daar Duitsland te hoeven vertrekken.

Harm Pool, de broer van Wiecher Pool, was ook zo'n seizoensarbeider, hij werkte op de aardappelmeelfabriek maar had een klein keuterboerderijtje in Beneden-Steenwijksmoer.
Een klein mannetje herinnert Gerrit zich nog.

Ook waren er veel mensen uit Veenoord, die kwamen van de aardappelmeelfabriek Excelsior, zoals de heren Doek, Anninga, van der Weide en Lok.

Er waren geen echte vaste werktijden, de meesten moesten hun vee nog even voederen en Gerrit kwam meestal tegen een uur of half negen op zijn werk. Een half uurtje pauze tussen de middag was genoeg om een boterham thuis naar binnen te werken.

De gekapte houtjes werden in een grote bak bij een van de arbeiders op de rug gedaan, die er vervolgens mee naar voren liep, daar was een drogerij. Ze werden daar op een grote berg gegooid.
Als de houtjes gedroogd waren, werden ze weer afgevoerd naar het Westen om dienst te doen voor het openbaar vervoer, achter de bussen was een gasgenerator gekoppeld. Ook reden Duitse auto's met een gasgenerator.

Gerrit's vader werkte aan de overkant, de aardappelmeelfabriek. De familie Reins woonde aan de Oosterstraat, vlakbij het Arsenaal en de bouwstoffenhandel Nijhuis.
Jan en Tiens Jansen woonden in de huisjes van Nijhuis en waren buren.
De aardappelmeelfabriek was voorzien van een schuilkelder, meer schuilplaats dan kelder, in het midden van de meelloods.
Daar waren dikke muren opgetrokken met rondom tot grote hoogte aardappelmeelzakken gestapeld.
Mocht er een aanval komen dan was dit toch zeker een beschermende plek?

De Bentheimerbrug


De Bentheimerbrug, in de verte de stroocartonfabriek, waar Gerrit enkele maanden heeft gewerkt.

Na thuis een boterham met zijn moeder gegeten te hebben, het was inmiddels half drie geweest, ging Gerrit lopend via de Melkkade en de Bentheimerbrug op weg naar zijn werk.
Hij had onderweg vliegtuigen horen overkomen en het gedonder en geraas in de verte gehoord.

Gerrit kwam dichterbij en grote stofwolken kwamen hem tegemoet, drommen mensen liepen, renden naar de Gramsbergerstraat. Eenmaal dichterbij gekomen zag hij de puinhopen en rende direct door naar de Holtiesfabriek. Er werd om hulp geschreeuwd, slachtoffers liggen onder het puin van de voorkant van de fabriek, steeds meer mensen kwamen om te helpen het puin te verwijderen.

Het bleek dat onder het puin en de grote loodsdeuren drie slachtoffers lagen, Hendrik Lok, Klaas van der Weide en Gerrit Jan Scheerhoorn.
Door de waarschuwende lichten in de fabriek meenden ze zich veilig te kunnen wagen door onder in de wal van het Almelose kanaal te gaan liggen, helaas hebben ze dit niet op tijd kunnen halen. Op het moment dat de loodsdeuren geopend zouden worden, vielen de bommen.

Voorzichtigheid was geboden bij het verwijderen van het puin, Frits Langeland, één van de zonen van de loodgieter op de hoek van de Rijnsestraat en Oostersingel nam de leiding. Met koevoeten en ander materieel werden Klaas van der Weide en Hendrik Lok onder de loodsdeuren vandaan gehaald.

Gerrit Jan Scheerhoorn was zwaargewond, voor Hendrik Lok en Klaas van der Weide was de hulp tevergeefs.

Van de overzijde van het kanaal, de aardappelmeelfabriek, kwam het bericht van twee mannen dat daar ook doden waren gevallen.
Zachtjes zei een van de omstanders, dat de vader van Gerrit omgekomen was.
Op weg naar de schuilplaats in de meelloods, kwam Gerrit Reins sr. voorbij de grote schoorsteenpijp, waar op dat moment de bommen vielen. Gerrits vader was op slag dood, de familie heeft hem niet meer mogen zien door de zware verwondingen.

Gerrit Reins

Gerrit kijkt even peinzend voor zich uit tijdens het interview

Gerrit kijkt even voor zich uit tijdens het interview, de herinneringen spelen hem door het hoofd en na enkele minuten kijkt hij mij aan en zegt: "Ik was helemaal leeg, ik voelde niets meer en ben naar huis gegaan, naar mijn moeder. Begrijp je dat wel?".

Inmiddels waren er al mensen om de moeder van Gerrit van het verschrikkelijke nieuws op de hoogte te brengen, het verdriet was hartverscheurend.
De dominee was er ook. Mevrouw Reins en haar kinderen bleven alleen achter.

Schutten, was groenteboer en naaide zakken dicht als seizoensarbeider bij de aardappelmeelfabriek en was ook EHBO er, hij gaf aan dat de slachtoffers zwaar verminkt waren.

De eerste nacht werden de slachtoffers opgebaard in de aardappelmeelfabriek, er werd bij gewaakt, niet alleen omdat het een gebruik was, maar ook om praktische redenen vanwege het ongedierte dat in een aardappelmeelfabriek aanwezig is.

Onder grote belangstelling met aanwezigheid van Duitse soldaten is Gerrit Reins als één van de slachtoffers van het bombardement op de algemene begraafplaats van Coevorden begraven.Er werden kransen gelegd, Gerrit kan zich niet herinneren van wie of door wie. In Veenoord bij de begrafenis van Hendrik Lok, hebben de Duitsers een krans gelegd, ze liepen voor de begrafenisstoet aan. Wellicht dat ook hier de Duitsers een kranslegging hebben georganiseerd.


Het was een moeilijke tijd voor een jongen die zijn vader op zeventienjarige leeftijd heeft moet verliezen.

De bouw van een nieuwe meelloods.



De bouw van een nieuwe meelloods voor de aardappelmeelfabriek.



Last update: 1-mei-2003 by www.herdenking.nl